Introductie

Een faillissement is een gerechtelijk beslag op het hele vermogen
ten behoeve van de schuldeisers. De failliet verliest het beheer over
het vermogen en kan er niet meer over beschikken. De failliet kan
een privé-persoon zijn (bijvoorbeeld een eenmanszaak of een
vennootschap onder firma), of een rechtspersoon (een BV).

Een curator neemt het beheer van vermogen over en is de
enige persoon die handelend mag optreden. De Rechtbank
stelt de curator aan. Deze zorgt voor vereffening van het vermogen.

Het faillissement kan worden aangevraagd door de ondernemer
zelf, of door één of meerdere schuldeisers.

 

Wanneer kan een faillissement worden uitgesproken?

De voorwaarden voor het uitspreken van een faillissement zijn:

Er moeten twee schuldeisers zijn.
Twee schulden waarvan één opeisbaar is; een ondernemer kan failliet verklaard worden als hij minstens twee schulden niet betaalt. Van die twee schulden moet tenminste één opeisbaar zijn.
De ondernemer is opgehouden met betalen. Of hij niet wil of niet kan betalen is voor de aanvraag van een faillissement niet van belang. Het enige dat telt is; er wordt niet betaald!


Faillissementsaanvraag als incassomiddel

Een faillissementsaanvraag blijkt in de praktijk een uiterst effectief incassomiddel te zijn. Crediteuren die gebruik maken van dit instrument weten dat zij bij voorrang betaald zullen worden. De ondernemer wil natuurlijk niet failliet en wanneer de ondernemer nog over middelen kan beschikken om die crediteuren te betalen dan zal hij dat doen.

De ondernemer kan immers niet het risico lopen dat door een kleine schuld hij toch failliet gaat. Er zijn voorbeelden bekend dat ondernemers failliet zijn gegaan op vorderingen van slechts enkele duizenden guldens.




Faillissementsaanvraag = alarmsignaal

Het komt voor dat ondernemers faillissementsverzoeken negeren en zelfs officiële oproepingen van de faillissementskamer van de Rechtbank naast zich neerleggen.

Toch is de ondernemer verplicht om het als een ernstig waarschuwingssignaal op te vatten wanneer een crediteur een faillissementsverzoek bij de Rechtbank indient. De ondernemer moet in de hoogste staat van paraatheid worden gebracht.

Eén advies is hier dan ook op zijn plaats. Wanneer een ondernemer bericht ontvangt van een crediteur dat zijn faillissement zal worden aangevraagd doet hij er verstandig aan om onmiddellijk een advocaat te raadplegen om te voorkomen dat onbedoeld zijn faillissement wordt uitgesproken.

Fasen van het faillissement

Hieronder een korte beschrijving van de fasen die doorlopen worden bij een
faillissement dat uitgesproken wordt. (Zie ook Faillissementswet )

 

Faillietverklaring

Als de Rechtbank het faillissementsverzoek inwilligt, verklaart zij de onderneming in staat van faillissement. Dit houdt in dat de ondernemer meteen de zeggenschap over zijn vermogen verliest. In het vonnis benoemt de Rechtbank een curator en een Rechter-commissaris. De curator is bijna altijd een advocaat die het beheer over de failliete boedel van de failliet, de ondernemer en/of de onderneming, overneemt. De Rechter-commissaris is een rechter die toezicht houdt op de curator.

 

Bewaarfase

Na de faillietverklaring gaat de zogenaamde bewaarfase in. De curator gaat over tot het bewaren, veiligstellen, van de boedel. In sommige gevallen is het nodig om de boedel te laten verzegelen. Dit is nodig omdat anders mogelijk delen van de boedel "verdwijnen".

De curator stelt zo snel mogelijk een boedelbeschrijving en een overzicht van baten en schulden op. Hij heeft verregaande bevoegdheden. Zo is hij gemachtigd het bedrijf van de failliet voort te zetten en alle correspondentie te lezen. De failliet is verplicht om de curator alle inlichtingen te geven die nodig zijn. Als de failliet erg tegenwerkt of als de curator het vermoeden heeft dat de failliet wel eens naar het buitenland kan vertrekken, dan kan hij zelfs overgaan tot het innemen van het paspoort. Ook kan hij de failliet in verzekerde bewaring laten stellen.

De curator onderzoekt alle zaken die in verband staan met de boedel en alleen de curator neemt vanaf het moment van het uitspreken van het faillissement alle financiële beslissingen.

De failliet is vanaf het moment van de faillietverklaring monddood gemaakt.

 

Opheffing wegens gebrek aan baten

In Nederland is de zogenaamde "opheffing wegens gebrek aan baten" de meest voorkomende beëindiging van een faillissement. Een faillissement wordt op deze wijze beëindigd wanneer de failliet zo weinig bezittingen heeft dat niet eens de faillissementskosten, salaris van curator en kosten van advertenties en boedelschulden, betaald kunnen worden. De curator stelt de Rechtbank dan voor om bij gebrek aan baten het faillissement op te heffen.

 

De verificatievergadering

Als het faillissement na de bewaarfase niet is opgeheven wegens gebrek aan baten treedt de verificatiefase in; de verificatie van de schulden. De curator gaat in deze fase na of de vorderingen van de crediteuren juist zijn. Die verificatie vindt plaats aan de hand van de aanwezige administratie en de mededelingen van de failliet.

Op de verificatievergadering worden alle vorderingen doorgenomen en crediteuren van wie de vorderingen worden betwist, kunnen op de verificatievergadering hun vordering toelichten en proberen hun vordering alsnog erkend te krijgen. Als men het niet eens kan worden over de status van een schuld, dan moet uiteindelijk de Rechtbank erover beslissen.

Crediteuren die in een vroeg stadium van de curator al te horen hebben gekregen dat hun vorderingen onbetwist zijn, verschijnen meestal niet op de verificatievergadering. Zij weten immers al vooraf dat hun vorderingen niet betwist worden.

In deze fase kan de failliet ook een akkoord aanbieden.

Veel faillissementen worden echter al vóór de verificatievergadering opgeheven wegens gebrek aan baten.

 

Akkoord

Bij een akkoord biedt de failliet aan een deel van zijn schulden af te lossen, in ruil voor een finale kwijting. Voor het akkoord zal de failliet via "derden" dan ook moeten kunnen beschikken over de financiële middelen om het akkoord daadwerkelijk aan te kunnen bieden.

 

Stemming akkoord

Over het akkoord moet worden gestemd op de verificatievergadering. Het akkoord wordt aangenomen als tenminste tweederde van de concurrente crediteuren op de verificatievergadering, die gezamenlijk ten minste 75 % van de concurrente schulden vertegenwoordigen, vóórstemmen. Crediteuren kunnen desgewenst bij volmacht stemmen.

 

Moet iedere crediteur hetzelfde percentage ontvangen?

Niet aan iedere concurrente crediteur behoeft hetzelfde percentage aangeboden te worden. In de praktijk komt het veel voor dat naarmate de concurrente vordering lager is, een hoger percentage van die vordering wordt aangeboden, om daarmee te bereiken dat kan worden voldaan aan het vereiste dat minimaal tweederde van het aantal concurrente crediteuren vóór zal stemmen. Het is dus vaak een kwestie van goed rekenen om te bepalen welk percentage uiteindelijk aan de verschillende soorten concurrente crediteuren wordt aangeboden.

 

Akkoord en positie preferente crediteuren

Het is in de praktijk gebruikelijk dat crediteuren met een voorrangsstatus, de zogenaamde preferente crediteuren, zich op het standpunt stellen dat zij mee willen werken aan een akkoord, mits zij het dubbele percentage ontvangen van hetgeen de concurrente crediteuren wordt aangeboden. De fiscus stelt zich als preferente crediteur vaak op het standpunt dat zij daarnaast voor 100 % genoegdoening wenst van de vordering uit hoofde van artikel 29 Wet Omzetbelasting (teruggevraagde omzetbelasting door crediteuren).

 

Homologatie van akkoord

Als het akkoord door de crediteuren is aangenomen moet de Rechtbank het akkoord nog goedkeuren. Dit wordt de homologatie van het akkoord genoemd. De Rechtbank mag het akkoord niet goedkeuren als de boedel aanzienlijk meer geld oplevert dan het totaal van de akkoordpenningen. Daarnaast moet de Rechtbank tot de overtuiging komen dat de uitvoering van het akkoord met voldoende waarborgen is omgeven, zodat ook daadwerkelijk tot uitbetaling van de toegezegde gelden kan worden gekomen. Als laatste controleert de Rechtbank of het akkoord op een eerlijke manier tot stand is gebracht en er geen sprake is van een zogenaamd sluipakkoord.

 

Sluipakkoord

Van een sluipakkoord is sprake wanneer enkele crediteuren een aparte regeling treffen met de failliet, ten nadele van de overige crediteuren.

 

Dwangakkoord

Met de homologatie van het akkoord eindigt het faillissement. Ook de crediteuren die niet instemden met het akkoord zijn dan aan dit akkoord gebonden. Met de homologatie van het akkoord eindigt het faillissement.

 

Vereffening

De failliet kan tijdens zijn faillissement maar één keer een akkoord aanbieden. Als de failliet geen akkoord aanbiedt of het akkoord wordt niet aangenomen, dan treedt de staat van insolventie in. De curator gaat over tot het afwikkelen van het faillissement. De boedel wordt verkocht en de opbrengst wordt verdeeld onder de crediteuren.

 

Uitdelingslijst

De curator maakt een zogenaamde uitdelingslijst op, waarop onder andere staat vermeld:

de ontvangsten in het faillissement
de uitgaven in het faillissement
de crediteuren en de omvang van de vorderingen
het bedrag dat aan de crediteuren zal worden uitbetaald.


 

Einde faillissement

Het faillissement eindigt als de crediteuren instemmen met de uitdelingslijst. Crediteuren kunnen gedurende tien dagen bezwaar maken tegen de lijst, nadat die lijst ter inzage door de curator is gedeponeerd. Na die termijn wordt de uitdelingslijst verbindend en eindigt daarmede het faillissement.

Schulden na faillissement

Het einde van een faillissement houdt niet in dat een failliet ook verder schuldenvrij is.
Alleen wanneer het faillissement is beëindigd na homologatie van een akkoord is de
failliet van zijn schulden af. In alle andere gevallen blijven de schulden bestaan.

Een faillissement is een ingrijpende gebeurtenis in het leven van mensen, want ook
na het einde van het faillissement kunnen de crediteuren de ex-failliet blijven achtervolgen.
Schulden die niet zijn afgelost blijven immers openstaan. Als de ex-failliet er weer bovenop
probeert te komen, dan kunnen crediteuren zich ook weer onmiddellijk melden. Om te
voorkomen dat privé-personen hun verdere leven met die schulden blijven zitten is de
Faillissementswet gewijzigd, waardoor een oplossing geboden kan worden voor dit
gesignaleerde probleem: schuldsanering voor natuurlijke personen.

 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

De regeling is bedoeld voor natuurlijke personen, waaronder ondernemers die een bedrijf uitoefenen in de vorm van een eenmanszaak of een vennootschap onder firma. Als er een faillissement dreigt, kan de ondernemer zelf de Rechtbank verzoeken voor hem een schuldsaneringsregeling te treffen. Als dat verzoek wordt toegestaan kan de ondernemer onder een aantal voorwaarden, na een saneringsperiode, met een schone lei opnieuw beginnen (zie ook WSNP).