Faillissement en surseance van betaling 


Als iemand niet meer kan betalen, heeft meer schulden dan bezittingen
is de reden
om faillissement aan te vragen. Het faillissement omvat het hele vermogen van de
schuldenaar ten tijde van de faillietverklaring als ook datgene wat hij gedurende
het faillissement verwerft. Daar zijn uitzonderingen op, maar als uitgangspunt
geldt dat alles wat iemand heeft in zijn faillissement valt. 

Een actueel overzicht van faillissementen vindt hier

Surseance van Betaling (S.v.B.)

Als iemand voorziet dat hij/zij zijn/haar schulden niet meer kan betalen, kan S.v.B.
worden aangevraagd. Hierbij moeten alle schulden, bezittingen, inkomsten en
uitgaven worden overlegd door middel van een procureur welke een verzoek
moet indienen bij de rechtbank waarin hij om uitstel van betaling vraagt.

Zodra een verzoek tot uitstel van betaling is ontvangen, wordt door de rechtbank

een voorlopige surseance (uitstel) van betaling verleend.

De rechtbank bepaalt tevens wanneer het verzoek om een definitieve surseance
van betaling door haar wordt behandeld. Meestal is dit ca.2 maanden.
Zowel natuurlijke als rechtspersonen kunnen S.v.B. aanvragen.

Vaak wordt alle schuldeisers een akkoord aangeboden dat er toe kan leiden
dat een deel wordt betaald en een deel wordt kwijtgescholden.

Het is wel zo dat bij het aanbieden van een akkoord men moet afgaan op
hetgeen wordt aangeboden terwijl bij het aanstellen van een bewindvoerder
er onderzocht is of datgene wat is aangeboden als finaal kwijtingsbedrag
aan de schuldeisers ook het maximaal haalbare bedrag is.


Schuldsanering

Alleen bij natuurlijke rechtspersonen kan een toepassing van de
schuld- saneringsregeling worden aangevraagd bij de rechtbank.
Kort gezegd komt het op het volgende neer : tenminste de komende 3 jaar
wordt het inkomen onder de verantwoording van een bewindvoerder gesteld.
De schuldenaar krijgt een minimaal zakcentje om van te leven zodat na
3 jaar een gedeeltelijke betaling aan de schuldeisers kan worden geboden.
Het restant van de schuld wordt a.h.w. kwijtgescholden. Lees hier meer over Schuldsanering

Zekerheden

Bij faillissementen spelen bedongen zekerheden een rol. Als hypotheekhouder
kunt u buiten het faillissement blijven. Dat geldt ook wanneer u pandhouder bent.
U kunt bijvoorbeeld goederen of vorderingen aan u hebben laten verpanden, maar
wil een verpanding rechtsgeldig zijn, dan moet er aan allerlei formele vereisten
voldaan zijn. Zo kan onder omstandigheden het retentierecht een rol spelen.
De fiscus heeft een hierbij een dominante en bevoorrechte rol, die uw positie
als schuldeiser kunnen uithollen.